Schade melden

Aanrijding met een bus: wie is aansprakelijk en hoe regelt u de schade?

Monteur van Autoschade Merkelbag controleert de koplamp en de voorkant van een auto in de werkplaats
Op deze pagina

Een aanrijding met een bus voelt anders dan een botsing met een gewone auto: de bus is groot, er zitten passagiers in en aan de andere kant staat geen particulier maar een vervoersbedrijf. Wie is er aansprakelijk bij een aanrijding met een (lijn)bus? Dat hangt af van de verkeersregels die op dat moment golden. In dit artikel zetten we de regels op een rij die specifiek over bussen gaan, en leggen we uit hoe u de schade met een busmaatschappij regelt.

Het uitgangspunt: gewoon de schuldvraag

Voor de wet is een bus een motorvoertuig zoals uw auto. Er bestaat geen algemene regel dat een bus altijd voorgaat of dat een bus altijd schuldig is. Bij een botsing tussen twee motorvoertuigen draait het om de vraag wie een verkeersfout maakte. Wie onrechtmatig handelt, moet de schade vergoeden (artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek). Hoe die afweging in het algemeen werkt, leest u in ons artikel over de schuldvraag bij een aanrijding.

Wat een bus wel bijzonder maakt, zijn een paar regels in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) die alleen voor bussen gelden.

Bus rijdt weg van de halte: wanneer moet u ruimte geven?

Dit is de bekendste busregel. Normaal gesproken is wegrijden een bijzondere manoeuvre: wie wegrijdt, moet het overige verkeer voor laten gaan (artikel 54 RVV 1990). Voor bussen geldt binnen de bebouwde kom een uitzondering.

Artikel 56 RVV 1990 zegt dat bestuurders binnen de bebouwde kom een autobus de gelegenheid moeten geven om van een bushalte weg te rijden, wanneer de buschauffeur met zijn richtingaanwijzer laat zien dat hij wil wegrijden. Die voorwaarden zijn belangrijk:

  • Alleen binnen de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom geldt deze regel niet. Daar is wegrijden van de halte voor de bus een gewone bijzondere manoeuvre en moet de bus het overige verkeer voor laten gaan.
  • Alleen bij een bushalte. De regel gaat over wegrijden van een halte, niet over een bus die ergens anders langs de kant staat.
  • Alleen als de bus richting aangeeft. Zonder knipperlicht hoeft u de bus geen ruimte te geven op grond van deze regel.
  • Gelegenheid geven is iets anders dan een noodstop. U moet de bus de ruimte geven om weg te rijden, dus afremmen en zo nodig stoppen als dat veilig kan. De buschauffeur mag op zijn beurt geen gevaar veroorzaken, bijvoorbeeld door vlak voor een auto die al naast de bus rijdt de weg op te sturen. Dat volgt uit de algemene regel dat niemand gevaar op de weg mag veroorzaken (artikel 5 Wegenverkeerswet 1994).

De uitzondering geldt volgens het tweede lid niet voor voertuigen in een militaire colonne of een uitvaartstoet. Het artikel noemt geen verkeersbord of markering: het knipperlicht van de bus is het signaal.

Raakt u binnen de bebouwde kom een bus die met knipperlicht van de halte wegreed, dan zal de schuldvraag meestal in uw nadeel uitvallen. Reed de bus zonder richting aan te geven weg, of gebeurde het buiten de bebouwde kom, dan ligt dat anders. Een getuige of beelden die laten zien of het knipperlicht aan stond, kunnen dan veel verschil maken.

Een stilstaande bus voorbijrijden

Staat een bus stil bij een halte en wilt u erlangs aan de kant waar mensen in- en uitstappen, dan moet u die passagiers daartoe de gelegenheid geven (artikel 52 RVV 1990). Let daarbij op mensen die voor of achter de bus oversteken.

Zelf stilstaan bij een bushalte mag niet ter hoogte van de geblokte markering, of, als die markering ontbreekt, binnen 12 meter van het bord bushalte (artikel 23 RVV 1990). Alleen om iemand direct te laten in- of uitstappen geldt een uitzondering. Staat u daar toch stil en raakt een bus u, dan kan dat in de schuldvraag tegen u meewegen.

Busbanen en busstroken: wie mag erop?

Een busbaan of busstrook herkent u aan het woord BUS of LIJNBUS op het wegdek. Een busbaan is een aparte rijbaan, een busstrook een met strepen gemarkeerd deel van de rijbaan (artikel 1 RVV 1990). Daarnaast staan er vaak blauwe borden bij. Bord F13 geeft een rijbaan of strook aan die uitsluitend bestemd is voor lijnbussen, bord F17 een rijbaan of strook voor lijnbussen en trams. F14 en F18 geven het einde ervan aan.

Volgens artikel 81 RVV 1990 mag een busbaan of busstrook met het woord LIJNBUS alleen gebruikt worden door lijnbussen en trams. Staat er alleen BUS, dan mogen ook andere autobussen er gebruik van maken. Gewone personenauto's horen er in beide gevallen niet op, tenzij een ontheffing iets anders bepaalt.

Rijdt u op een busbaan en gebeurt er daar een aanrijding met een bus, dan bent u een weggebruiker die zich op een plek bevond waar hij niet mocht zijn. Dat weegt zwaar in de schuldvraag.

Uitzwaaiende achterkant en de dode hoek

Een bus is lang en heeft een flinke overhang achter de achteras. Bij het afslaan heeft een bus daardoor meer ruimte nodig dan een auto. De achterkant zwaait bij het insturen naar buiten. Wie naast een afslaande bus staat, kan daardoor geraakt worden terwijl hij zelf stilstond.

Er is geen aparte RVV-regel over uitzwaaien. De beoordeling valt terug op de algemene regels: de buschauffeur mag geen gevaar veroorzaken en moet zich ervan vergewissen dat hij de ruimte heeft. Van andere weggebruikers wordt wel verwacht dat zij rekening houden met lange voertuigen. Of de schade dan voor rekening van de bus komt, of dat u zelf een deel van de schuld krijgt, hangt af van de concrete situatie: stond u op uw eigen weghelft, stond u al stil voordat de bus begon te draaien, en kon de chauffeur u zien?

Bij dat laatste speelt de dode hoek. Een buschauffeur zit hoog en ziet een auto die vlak naast of schuin achter de bus rijdt niet altijd. Een praktische vuistregel: kunt u de chauffeur in zijn spiegel niet zien, dan ziet hij u waarschijnlijk ook niet. Blijf liever even achter een bus die gaat afslaan of van rijstrook wisselt dan dat u ernaast probeert te komen.

Wie is uw tegenpartij?

Bij een aanrijding met een lijnbus is de chauffeur bijna altijd in dienst van een vervoerder. Voor schade die een werknemer bij het uitvoeren van zijn werk veroorzaakt, is in de regel de werkgever aansprakelijk (artikel 6:170 Burgerlijk Wetboek). Uw claim richt zich dus niet op de chauffeur persoonlijk, maar op de vervoerder en diens verzekeraar. Zoals elk motorvoertuig moet een bus verzekerd zijn voor wettelijke aansprakelijkheid.

In Maastricht en de rest van Zuid-Limburg rijden de streekbussen in opdracht van de provincie. Volgens de provincie Limburg is Arriva tot 2031 de vervoerder in Limburg. Bij een aanrijding met een streekbus in de regio is Arriva dus meestal uw tegenpartij. Bij een touringcar of een bus van een ander bedrijf is dat bedrijf de tegenpartij.

Hoe een vervoerder schades intern afhandelt, via een eigen schadeafdeling of via een verzekeraar, maakt voor u weinig uit: u meldt de schade bij uw eigen verzekeraar en geeft de gegevens van de bus en de vervoerder door. Uw verzekeraar neemt dan contact op met de tegenpartij.

Directe schadeafhandeling

Bent u niet schuldig en heeft u een particuliere autoverzekering, dan kunt u de schade soms direct bij uw eigen verzekeraar claimen, ook met alleen WA. Dat heet directe schadeafhandeling (DSA). De ANWB noemt daarvoor onder meer als voorwaarden dat beide partijen verzekerd zijn bij een verzekeraar die is aangesloten bij het Verbond van Verzekeraars, dat beide voertuigen een Nederlands kenteken hebben en dat er geen letsel is. Of dat bij een bus van een vervoerder lukt, hangt af van hoe die bus verzekerd is. Vraag het gewoon aan uw verzekeraar.

Wat doet u direct na de aanrijding?

  1. Zorg voor veiligheid. Zet uw alarmlichten aan en bel bij gewonden 112. Denk ook aan passagiers in de bus, die bij een noodstop kunnen zijn gevallen.
  2. Vul samen met de chauffeur het Europees schadeformulier in. Noteer naast het kenteken ook het lijnnummer, het busnummer (vaak op de voor- of zijkant), de rijrichting en de naam van de vervoerder. Hoe u het formulier invult, leest u in Europees schadeformulier invullen.
  3. Teken niet voor een toedracht waar u het niet mee eens bent. Bent u het niet eens, schrijf dat dan in uw eigen woorden op het formulier.
  4. Maak foto's van de positie van beide voertuigen, de bushalte of busbaan, markeringen op het wegdek, borden en de schade.
  5. Vraag getuigen om hun gegevens. Passagiers in de bus en mensen bij de halte hebben het vaak goed gezien. Een getuige die bevestigt of de bus wel of niet richting aangaf, kan bij een halte-aanrijding beslissend zijn.
  6. Vraag naar camerabeelden. Bussen hebben vaak camera's aan boord. Vraag de chauffeur of de vervoerder of de beelden van het moment bewaard kunnen worden, en laat uw verzekeraar daar zo snel mogelijk om vragen. Beelden worden meestal niet onbeperkt bewaard. Heeft u zelf een dashcam, bewaar die opname dan ook (meer daarover in ons artikel over dashcambeelden als bewijs).
  7. Meld de schade bij uw eigen verzekeraar, liefst dezelfde dag.

Veelgestelde vragen

Heeft een bus altijd voorrang?

Nee. Een bus heeft geen algemene voorrang. Alleen binnen de bebouwde kom moet u een bus de gelegenheid geven om van een bushalte weg te rijden, en dan alleen als de chauffeur met zijn richtingaanwijzer aangeeft dat hij wil vertrekken (artikel 56 RVV 1990). Op kruispunten en elders gelden voor een bus dezelfde voorrangsregels als voor uw auto.

Moet ik een bus buiten de bebouwde kom laten wegrijden van de halte?

Nee, daar geldt artikel 56 RVV 1990 niet. Buiten de bebouwde kom is wegrijden van een halte voor de bus een bijzondere manoeuvre, en dan moet de bus het overige verkeer voor laten gaan.

Wie is aansprakelijk als een bus bij het afslaan mijn auto raakt?

Dat hangt af van de situatie. Een buschauffeur mag geen gevaar veroorzaken en moet zich ervan vergewissen dat hij ruimte heeft om af te slaan. Stond u op uw eigen weghelft al stil, dan heeft u een sterke positie. Bent u naast een afslaande bus gaan staan in de ruimte die hij duidelijk nodig had, dan kan een deel van de schuld bij u komen te liggen.

Kan ik de buschauffeur persoonlijk aansprakelijk stellen?

Dat is meestal niet nodig. Voor fouten die een werknemer bij zijn werk maakt, is in de regel de werkgever aansprakelijk (artikel 6:170 BW), dus u richt uw claim op de vervoerder. Uw eigen verzekeraar neemt contact op met de vervoerder of diens verzekeraar.

Mag ik met mijn auto op de busbaan rijden?

Nee. Een busbaan of busstrook met het woord LIJNBUS is alleen voor lijnbussen en trams, en een busbaan met het woord BUS ook voor andere autobussen (artikel 81 RVV 1990). Gebeurt er op de busbaan een aanrijding met een bus, dan weegt het mee dat u daar niet mocht rijden.

Kort samengevat

  • Bij een aanrijding met een bus draait het om de schuldvraag, net als bij elke andere aanrijding.
  • Binnen de bebouwde kom geeft u een bus die met knipperlicht van de halte wegrijdt de ruimte; buiten de bebouwde kom niet.
  • Busbanen en busstroken zijn niet voor personenauto's, en bij afslaan heeft een bus meer ruimte nodig dan u verwacht.
  • Uw tegenpartij is meestal de vervoerder, in Zuid-Limburg doorgaans Arriva. Vul het schadeformulier in met de chauffeur, noteer getuigen en vraag om camerabeelden.

Is uw auto geraakt door een bus? Bij ons kunt u langskomen voor een vrijblijvende beoordeling van de schade. Neem gerust contact met ons op.

Terug naar overzicht
Vandaag geopend

Autoschade Merkelbag
in Maastricht

Ma-Vr 08:00-17:30
043 356 0606
Molensingel 21
6229 PB Maastricht